Verm-X is BAHNM gecertificeerd
Resistentie
Resistentie bij paarden
Over resistentie en het ‘in de hand werken van resistentie’ wordt zeer veel gespeculeerd. Veelal betrefd het onwaarheden.
Het is niet het paard dat resistent wordt, maar de worm of de larve muteert zichzelf tot een worm of larve die tegen een bepaalde chemische werkzame stof is opgewassen en hierdoor niet meer gedood kan worden met dit middel. Dit muteren kan alleen gebeuren wanneer de worm of de larve de stof al eens is tegengekomen, maar er niet door werd gedood, bijvoorbeeld omdat de paardenhouder niet voldoende ontwormmiddel heeft toegedient bij het paard of omdat de werkzame stof niet werkzaam is in het stadium waarin de worm of larve zich op dat moment bevondt.
Een gemuteerde volwassen worm scheidt eitjes uit die allemaal tegen deze stof zijn opgewassen, met als resultaat dat het paard en de weide besmet worden met eitjes, larven en wormen die niet meer te bestrijden zijn, tenminste, niet met deze werkzame stof.
Tegen elke werkzame stof kan de worm of de larve resistentie opbouwen. Toch wordt er geadviseerd om de werkzame stoffen niet te veel af te wisselen. De reden hiervan is dat geen enkele werkzame stof larven van álle stadia tegelijk kan doden. Om álle larven te doden is het dus zo belangrijk dat het ontwormen tijdig herhaald wordt. De larven die de eerste keer nog niet in of alweer uit het stadium waren waarin het ontwormmiddel alle larven dood zullen de volgende keer, of de keer erna, wél in dit stadium verkeren. Regelmatig ontwormen is dus de enige manier om ervoor te zorgen dat de larve zich op den duur nooit meer kan ontwikkelen tot volwassen worm. Door dit regelmatig ontwormen komen de larven uit de andere stadia steeds een stof tegen waardoor ze niet worden gedood, en waartegen ze zich dus gaan verdedigen en ontwikkelen. Om te zorgen dat deze ontwikkelde larven uitgroeien tot volwassen wormen en eitjes gaan leggen met resistente larven moet dus ook regelmatig ontwormt worden.
Zou je steeds een andere werkzame stof gebruiken die werkt in andere stadia van de larven, dan is het mogelijk dat een resistente larve het overleeft tot volwassen worm en resitente eitjes gaat leggen. De larve die het heeft overleeft is in zijn ontwikkeling nooit gedood, maar zal wél meerdere werkzame stoffen tegen zijn gekomen, waartegen hij allemaal resistentie heeft opgebouwd. De eitjes waarmee het paard en het weiland daarna besmet worden zijn dan met geen enkele werkzame stof meer te bestrijden!
Zou je steeds dezelfde werkzame stof gebruiken en steeds binnen de gestelde termijn de ontworming herhalen is ten eerste de kans al klein dat een larve het gehele ontwikkelingsproces overleeft en áls dit wel zou gebeuren, dan legt de volwassen worm eitjes die alléén resitent zijn tegen die ene werkzame stof en kunnen de resitente larven altijd nog bestrijd worden met een andere werkzame stof.
Het is onwaarschijnlijk dat er geen enkele larve overleeft, hoe strikt er ook ontwormt wordt, er zullen elke keer een paar larven ontkomen en resistente eitjes produceren zodra ze volwassen zijn. Om te zorgen dat ook deze resistente volwassen wormen, resistente eitjes en resitente larven alsnog uitgeroeid worden is het aan te raden om na één of twee jaar over te gaan op een andere werkzame stof.
Om resistentie te voorkomen is het ten eerste dus belangrijk dat er nooit ondergedoseerd wordt bij het ontwormen van het paard en dat de herhaling van het ontwormen binnen de aangegeven tijd plaatsvind. Ten tweede is het het beste om niet te veel af te wisselen tussen de verschillende werkzame stoffen. Wat wel verstandig is is om bijvoorbeeld per jaar of per twee jaar over te schakelen op een andere werkzame stof.
Van sommige werkzame stoffen is bekend dat er al veel wormlarven in Nederland resistent uit het eitje komen omdat deze werkzame stof in het verleden veel gebruikt werd. In onderstaande tabel kunt u zien voor welke werkzame stoffen in welke mate al resistentie is opgebouwd.
Ivermectine en Moxidectine zijn aan elkaar gerelateerd en worden in de literatuur beiden in de groep van macrocyclische lactonen geplaatst.
Fenbendazol valt net als bijvoorbeeld Febantel (wordt bijna niet meer gebruikt bij paarden) in de groep van Benzimidazole.
Pyrantel Pamoaat omvat een eigen groep met producten op basis van Pyrantel.
| Werkzame stoffen | Resistente wormen |
| Benzimidazole (o.a. Fenbendazol) | Kleine Strongyliden |
| Macrocyclische lactonen (o.a. Ivermectine en Moxidectine) | Spoelwormen bij veulens |
| Pyrantel | Kleine Strongyliden |
Omdat ontwormmiddelen op basis van kruiden niet wormdodend maar wormverdrijvend zijn zal hiertegen geen resistentie ontwikkeld worden.
Er loopt tijdens dit schrijven op de Universteit Utrecht een onderzoek naar resistentie op ivermectine bij veulens. Daarbij is al aangetoont dat bij 63% van de veulens de hoeveelheid spoelwormen niet met de beloofde 90% wordt gereduceerd bij ontworming. Dit betekend dat spoelwormen resistentie hebben opgebouwd tegen ivermectine. (bron 17) In de Verenigde Staten en Australië werd al eerder resistentie tegen de macrocyclische lactonen aangetoont.
Ilse Ferwerda
